![]() |
|||||||||||
Stoomtram Tiel - Buren - Culemborg AB2 (gebouwd in 1906)
|
|||||||||||
Info over het rijtuig: |
|||||||||||
De Stoomtram Tiel - Buren - Culemborg werd in 1903 opgericht met het doel een spoorlijn met een spoorbreedte van 1067 mm op het gelijknamige traject te exploiteren. Drie jaar later werd het traject in gebruik genomen. Voor de stoomtramdiensten bestelde TBC vier vierkante stoomtramlocomotieven bij de fabrikant Machinefabriek Breda v/h Backer & Rueb. Dezelfde fabriek heeft ook in 1908 de vierkante HTM 8 gebouwd. Deze tramlocomotief is te zien bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Al het andere rijdende materieel werd besteld bij Allan in Rotterdam. De fabrikant leverde zes rijtuigen, twee post-bagagewagens en dertien goederenwagons. TBC bestelde bij Allan haar zes rijtuigen van hetzelfde type als de rijtuigen van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De eerste- en tweedeklasse rijtuigen kregen de nummers AB1 t/m AB6. De AB2 werd in 1906 geleverd. De rijtuigen beschikten over veertien zitplaatsen in de eerste klasse en 29 zitplaatsen in de tweede klasse. De Stoomtram Tiel - Buren - Culemborg werd geen succes en al na twaalf jaar werd de tramdienst in 1918 gestaakt. Al het materieel van de TBC was nog in goede staat en werd gekocht door de Stoomtramweg-Maatschappij Oostelijk Groningen (O.G.) en de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij. Alle rijtuigen van de TBC kwamen terecht bij de RTM. Aangezien de rijtuigen van de TBC sterk leken op de Rotterdamse rijtuigen pasten ze goed in het materieelpark van de RTM. De TBC-rijtuigen waren kwalitatief zelfs nog wat beter. In Rotterdam kregen de TBC AB1 t/m AB6 de nummers RTM AB394 t/m AB399. De AB2 kreeg het nummer AB395. De RTM had de rijtuigen zo snel nodig dat de rijtuigen tijdelijk nog met hun oude TBC-nummers in dienst werden gesteld. In de jaren '30 kregen enkele rijtuigen van deze serie kachels en schoorsteentjes op het dak om dienst te kunnen doen in motortrams. Na de Tweede Wereldoorlog paste de RTM het interieur van de rijtuigen aan, waardoor het aantal zitplaatsen in de eerste klasse daalde naar twaalf en in de tweede klasse naar 24. De eerste klasse van rijtuig AB398 werd omgebouwd tot een tweede klasse. Hierdoor veranderde het nummer van het rijtuig van AB398 in B398. In rijtuig AB397 werd een postafdeling gebouwd, waardoor hij het nummer ABP397 kreeg. De rijtuigen hebben tot het einde van de tramdienst van de RTM in 1966 dienstgedaan bij het bedrijf. In 1960 zagen tramliefhebbers van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen (NVBS) dat er een tijdperk eindigde. De Noord-Zuid-Hollandsche Stoomtramweg-Maatschappij en de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij vervingen steeds meer van hun tramdiensten door bussen. In de grote steden werden steeds meer oude trams vervangen door moderne exemplaren. Om een groot aantal historische trams te bewaren, richtte de museumcommissie van de NVBS op 11 augustus 1965 de Tramweg-Stichting op. De RTM sloot in 1966 op twee kleine stukjes na haar laatste tramlijn. De eerste grote operatie van de Tramweg-Stichting was het redden van een groot deel van het rijdende materieel dat de RTM in 1966 afvoerde. Deze reddingsactie was erg succesvol. De TS nam in 1966 drie stoomlocomotieven (de 50, 54 en de 56), diesellocomotief M 1805, veertien rijtuigen (de B363, B367, B370, AB376, AB394, AB395, AB396, ABP397, B398, AB399, BD438, B1513, B1515 en de BPD1631) en een aantal goederenwagons over. Een jaar later nam de Tramweg-Stichting ook de motorwagens MABD 1602 en MABD 1804 van de RTM over. Al het materieel werd opgeslagen op het oude RTM-tramdepot in Hellevoetsluis. Met tegenwerking van de gemeente werd hier moeizaam een museum opgebouwd en werden de trams langzaam in rijvaardige staat gerestaureerd. Op 23 mei 1968 reed de Tramweg-Stichting met de locomotieven 18 en 30 en een aantal gehuurde Blokkendoos-rijtuigen de eerste toeristische stoomtram tussen Hoorn en Medemblik. In 1971 werden de RTM-rijtuigen B370 en AB395 van Hellevoetsluis overgebracht naar Hoorn met het doel ze in te gaan zetten op het traject naar Medemblik. Doordat de activiteiten tussen Hoorn en Medemblik voor de Tramweg-Stichting te groot werden, richtte zij op 12 december 1973 de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik (SHM) op. Het museummaterieel dat tussen Hoorn en Medemblik reed, werd door de SHM overgenomen. In Hoorn werd de RTM AB395 gerestaureerd en omgespoord van 1067 mm naar 1435 mm 'normaalspoor'. In 1976 werd het rijtuig in gebruik genomen. In het collectieplan 2012 - 2016 valt te lezen dat de Museumstoomtram de RTM AB395 in de toekomst waarschijnlijk wil restaureren in de uitvoering waarin het rijtuig bij de Stoomtram Tiel - Buren - Culemborg heeft dienstgedaan. De reden hiervoor is dat zo ook de Stoomtram Tiel - Buren - Culemborg zal worden vertegenwoordigd bij de SHM. Tevens rijden bij de Stichting voorheen RTM vier van de oorspronkelijke zes TBC-rijtuigen in de uitvoering zoals ze bij de RTM hebben dienstgedaan. In 2019 werden de GS AB22 en RTM AB395 vanwege een onderhoudsachterstand buiten dienst gesteld, in afwachting van een restauratie. Inmiddels heeft de SHM de keuze gemaakt om de RTM AB 395 te gaan restaureren en terug te brengen naar zijn afleveringsstaat als de TBC AB2. De TBC AB2 / RTM AB395 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de C-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. |
|||||||||||