Gooische Stoomtram AB22 (gebouwd in 1904)
Info over het rijtuig:

Aan het begin van de twintigste eeuw bestelde de Gooische Stoomtram vier rijtuigen bij fabrikant Waggon- und Maschinenbau AG (Wumag) in Görlitz (Duitsland). Deze kleine serie rijtuigen waren de eerste rijtuigen sinds 1882 die de Gooische Stoomtram bestelde. Rijtuig AB22 werd in 1904 als eerste van de serie AB22 tot en met AB25 geleverd. De rijtuigen waren door Wumag ontworpen en werden trots in Brussel tentoongesteld. De rijtuigen waren groter en zwaarder dan de al bestaande rijtuigen van de Gooische Stoomtram. De AB22 t/m AB25 waren verdeeld in drie afdelingen. Elf zitplaatsen in de eerste klasse, twaalf zitplaatsen in de tweede klasse waar gerookt mocht worden en twintig zitplaatsen in de tweede klasse waar niet gerookt mocht worden. Deze serie rijtuigen was de eerste stoomtramrijtuigen in Nederland waarin in de vormgeving de luxe Amerikaanse Jugendstil is toegepast.

De vier rijtuigen werden voornamelijk ingezet op de hoofdlijn Amsterdam - Muiderberg - Laren. De vierkante stoomtramlocomotieven van de serie 13 t/m 18 werden onder andere ingezet op de lijn Amsterdam - Laren. Van deze locomotieven behoort de 18 momenteel tot de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De Gooische Stoomtram moderniseerde in de jaren '30 haar tramnetwerk met nieuwe motortrams. Aangezien stoomlocomotieven een steeds kleinere rol speelden, veranderde de Gooische Stoomtram op 29 september 1930 haar naam in Gooische Tramweg-Maatschappij (GoTM). De Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij (NBM) nam tijdens de oorlog in 1944 de Gooische Tramweg-Maatschappij over. Het materieel dat toen nog in het bezit was van de GoTM werd ook door de NBM overgenomen. In 1947 reden de laatste stoomtrams op het tramnetwerk van de Gooische Stoomtram.

Nadat het Nederlandse vasteland op 5 mei 1945 en de Waddeneilanden op 11 juni door de geallieerden waren bevrijd van de Duitsers begon de wederopbouw. Tijdens de oorlog waren vele huizen vernietigd, waardoor grote tekorten ontstonden. 120.000 woningen waren verwoest, waarvan bijna 90.000 onherstelbaar beschadigd waren. Daarnaast hadden nog eens 390.000 huizen lichte schade opgelopen. Door de babyboom en Indische Nederlanders die na de Indonesische onafhankelijkheid naar Nederland kwamen, waren ook veel meer woningen nodig dan voor de oorlog. Het duurde tot ver in de jaren '60 om de grootste woningtekorten op te lossen. Maar tot die tijd woonden veel gezinnen in erbarmelijke omstandigheden. Door oorlogsschade was een groot deel van het materieel van de Nederlandsche Spoorwegen en andere spoorbedrijven niet meer in te zetten. De NS bestelde in de jaren na de oorlog erg veel materieel om haar materieelpark weer te versterken en de spoorwegen te moderniseren. NS wilde haar houten rijtuigen vervangen door stalen rijtuigen en op 16 juni 1956 reed de laatste NS-trein met houten rijtuigen. Houten rijtuigen zijn bij aanrijdingen onveiliger, omdat het hout veel minder sterk is, waardoor de rijtuigen volledig kunnen versplinteren. Tijdens de woningnood mocht het personeel van NS oude houten rijtuigen en goederenwagons overnemen voor eigen gebruik. Naast de NS verkochten ook andere spoorbedrijven hun oude rijtuigen en goederenwagons. Velen kozen ervoor om de rijtuigen om te bouwen tot woningen. Een aantal rijtuigen doet zelfs tot de dag van vandaag nog steeds dienst als woningen. In Zuid-Holland hebben wij in november 2025 een rijtuig gefotografeerd dat nog steeds dienst doet als woning. De Stoomtrein Goes - Borsele heeft NS-rijtuig C7032 teruggebracht in de staat zoals het rijtuig bijna een halve eeuw als woning heeft gediend.

Om de woningnood tegen te gaan besloot de gemeente Hilversum met oude rijtuigen van de Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij een tramdorp te bouwen. Deze woningen waren bedoeld voor starters: jonge stellen met hooguit één kind. De gemeente kocht vier motorwagens en negen rijtuigen van de NBM. De gemeente betaalde 500 gulden (omgerekend is dat 2976 euro in 2025) per rijtuig of motorwagen. Alle vier de rijtuigen van de serie AB22 tot en met AB25 werden aan de gemeente Hilversum verkocht voor het tramdorp. Het tramdorp werd geplaatst aan de Goudenregenlaan in Hilversum-Zuid. De gemeente stelde de huurprijs vast op 35 gulden (omgerekend is dat 208 euro in 2025) per maand. Al binnen enkele dagen hadden honderden mensen aangegeven in het tramdorp te willen wonen. Eind juni 1949 werden de dertien rijtuigen naar het tramdorp gebracht. Een jaar later trokken de bewoners in in het tramdorp. De meeste inwoners van het tramdorp waren vol lof over hun woningen. In 1962 was inmiddels één rijtuig weggehaald om plaats te maken voor een gebouw. De gemeente besloot de huurprijs niet te verhogen, waardoor dit in 1962 nog steeds 35 gulden per maand was. Omdat de inflatie wel steeg werden de woningen dus goedkoper. Omgerekend naar 2025 was de prijs van een tramwoning dus in 1962 gedaald naar 139 euro per maand. In de jaren '70 wilde de gemeente Hilversum het tramdorp slopen om plaats te maken voor 'echte' woningen. In 1973 werd begonnen met het afbreken van het tramdorp. In 1975 vond de gemeente een nieuw thuis voor de laatste bewoners.

 
   

De Nederlandse Spoorwegen (en andere spoorbedrijven) hebben altijd, en doen dat nog steeds, vrijwel al hun terzijde gestelde materieel laten slopen waardoor er relatief weinig voor spoorwegmusea bewaard is gebleven. Doordat tijdens de wederopbouw vele rijtuigen en goederenwagons buiten de spoorwegen een tweede leven hebben gevonden, zijn tientallen van deze rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven. Spoorwegmusea hebben een groot aantal van deze rijtuigen en goederenwagons teruggevonden en hebben ze gerestaureerd in de staat waarin zij vroeger bij de spoorwegen dienst hebben gedaan. Hierdoor zijn veel bijzondere rijtuigen en goederenwagons bewaard gebleven die anders waren gesloopt. Vele van deze bewaarde rijtuigen en goederenwagons hebben later vanwege hun historische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. De rijtuigen NS BC423, NS BC425, NS BC455NS C1040NS C1137NS B1605NS C7032NTM C205RTM AB334SBM AB24 en Z.V.T.M. AB8 werden na de oorlog als woningen gebruikt en zijn hierdoor bewaard gebleven. Het rijtuig ZE AB6 en een eerste klas rijtuig van de ZNSM werden als tuinhuisjes gebruikt. De goederenwagons EDS 85N.H.T.M. 21NCS LD 5NS 1524NS Dt406NTM E3NTM E67NTM E128NTM E134NTM F63O.G. E102USATC 224340, USATC 220410 en de rijtuigen NCS BC6 en NS AB7216 werden als schuren of opslagruimtes gebruikt en zijn daardoor niet gesloopt. De goederenwagons NS CHD 8681 en NTM conducteurswagen P1, en de SBM D5 werden als stal voor dieren gebruikt. De NTM post-bagagewagen D6 heeft een tweede leven gekregen als kantoor. De rijtuigen NS B1813 en NS C1820 werden respectievelijk als eet- en verblijfsruimte en als slaapzaal gebruikt bij een vakantieverblijf. Het rijtuig NS C6478 werd op een kinderspeelplaats geplaatst en is hiermee bewaard gebleven.

Toen het tramdorp in Hilversum werd afgebroken kon de Tramweg-Stichting in 1973 de motorwagen 14 en het bijbehorende aanhangrijtuig 50 van de voormalige Gooische Stoomtram kopen. Een jaar later kocht de stichting ook de rijtuigen AB22 en AB25 uit het dorp. Het aanhangrijtuig 50 werd helaas alsnog afgevoerd. De motorwagen 14 en de rijtuigen AB22 en AB25 werden ondergebracht bij de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Vanwege vernielingen besloot de Museumstoomtram rijtuig AB25 begin 1983 te slopen. De motorwagen 14 wacht sinds de redding uit het dorp op zijn restauratie. Rijtuig AB22 werd in oktober 1976 overgebracht van Hoorn naar Geldermalsen. In Geldermalsen werkte een klein groepje vrijwilligers hard aan het rijtuig van de Gooische Stoomtram om deze weer in dienst te nemen. In 1982 werd het rijtuig door de Museumstoomtram in gebruik genomen. Bij de SHM waren de tramlocomotief 18 en rijtuig AB22 voor het eerst weer samen te zien. De AB22 kreeg in 1989 een revisie aan de draaistellen. In 2019 werden de GS AB22 en RTM AB395 vanwege een onderhoudsachterstand buiten dienst gesteld, in afwachting van een restauratie.

In 2025 startte de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik met een grote revisie van de vierkante tramlocomotief 18 van de Gooische Stoomtram. Tijdens deze revisie wordt de tramlocomotief zoveel mogelijk teruggebracht naar zijn afleveringsstaat. Het rijtuig AB22 van de Gooische Stoomtram zal een grote tussentijdse restauratie krijgen. Het fraaie interieur van rijtuig AB22 zal meer details terugkrijgen. In 2027 zullen beide restauraties naar verwachting zijn afgerond. Dan keert er weer een GS-stoomtram terug, zoals deze in de jaren '30 heeft gereden tussen Amsterdam, Muiderberg en Laren.

Van de Gooische Stoomtram / Gooische Tramweg-Maatschappij zijn een vierkante tramlocomotief, een motorwagen en twee rijtuigen bewaard gebleven. De vierkante tramlocomotief 18, de motorwagen 14 en de rijtuigen AB22 en BC21 behoren alle vier tot de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De tramloc 18 is in rijvaardige staat gerestaureerd. Rijtuig GoTM BC21 is gerestaureerd in haar afleveringsstaat als de BC6 van de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij. De restauratie van rijtuig AB22 staat in de planning en motorwagen 14 staat in Benningbroek opgeslagen in afwachting van zijn restauratie. De GS AB22 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.